Schadediagnose van beton is essentieel om de oorzaak, ernst en verdere ontwikkeling van betonschade correct in kaart te brengen. Scheuren, afspattingen, verkleuringen of blootliggende wapening kunnen wijzen op onderliggende schade zoals wapeningscorrosie, carbonatatie, chloride-indringing, vorstschade of andere degradatiemechanismen.
SANACON onderzoekt bestaande betonconstructies met een combinatie van visuele inspecties, niet-destructieve metingen en gericht materiaal- en laboratoriumonderzoek. Zo bepalen we niet alleen wat er beschadigd is, maar vooral waarom de schade is ontstaan en welke maatregelen technisch en economisch verantwoord zijn.

Betonrot is één van de mogelijke schadefenomenen die tijdens een schadediagnose van beton worden onderzocht. Afhankelijk van de waargenomen schade kan Sanacon onder meer onderzoek uitvoeren naar carbonatatie, chloride-indringing, wapeningscorrosie, scheurvorming en andere degradatiemechanismen.

Onzichtbare schade zoals carbonatatie en chloride-indringing tast de veiligheid van uw betonconstructie aan. Met onze probabilistische analyses op basis van fib Bulletin 34 en CUR 121 voorspellen we exact wanneer corrosie optreedt. Bereken de restlevensduur van uw beton en voorkom kostbare herstelwerken.

ASR staat voor Alkali-Silica Reactie. Het is een trage, destructieve chemische reactie tussen bepaalde soorten zand of grind en het cement, onder invloed van vocht. Er ontstaat een gel die water opneemt en enorm uitzet. Dit leidt tot een kenmerkend, stervormig netwerk van scheuren (craquelé) over het oppervlak. Met behulp van petrografisch onderzoek kan de aanwezigheid nagegaan worden en speciale zwelproeven kunnen uitgevoerd worden om de toekomstige evolutie te voorspellen.

Het bindmiddel in beton (cementsteen) is gevoelig voor zuren. Zure regen, industriële gassen, of agressieve sappen in de agrarische sector kunnen het betonoppervlak langzaam oplossen. Hierdoor verdwijnt het cementlaagje en komen het zand en grind bloot te liggen. Ook sulfaten uit de grond of het grondwater kunnen met het beton reageren en het zwak maken.

Vorst- en dooischade: Beton is van nature licht poreus. Als er water in die kleine poriën trekt en het gaat vriezen, zet het water met zo’n 9% uit. Deze interne druk is enorm en kan de toplaag van het beton kapotdrukken en doen afschilferen. Dit zie je vaak bij oudere opritten of onbeschermd buitenbeton na een strenge winter.

Het is volkomen logisch om je zorgen te maken als je een scheur in nieuw beton ziet. Toch is scheurvorming tot op zekere hoogte een onvermijdelijk en natuurlijk onderdeel van het uithardingsproces.
Dit heeft alles te maken met volumeverkleining, oftewel krimp. Zodra beton wil krimpen maar wordt tegengehouden door bijvoorbeeld de ondergrond of muren, ontstaat er trekkracht. Omdat beton zwak is in het opvangen van trekkrachten, zal het scheuren.
We verdelen deze krimp in drie hoofdcategorieën:

Zomaar beginnen kappen en smeren is zelden een goed idee. Daarom is er de Europese norm EN 1504-9. Dit is de richtlijn voor professioneel betonherstel met als belangrijkste, ijzersterke regel: stel eerst de juiste diagnose van de schadeoorzaak voordat je een behandeling kiest.
De norm biedt een structurele aanpak, verdeeld over twee hoofddoelen:
Door via deze norm te werken, pak je de daadwerkelijke oorzaak aan in plaats van aan symptoombestrijding te doen. Zo voorkom je de vicieuze cirkel waarbij je na een paar jaar de reparatie wéér moet herstellen.
Hier vind je een aantal recente blogposts.
